De cosmetica van de Participatiewet : Over de schimmige constructies tussen sociale diensten en re-integratiebureaus

joop3Als werkloze ben je sinds de invoering van de Participatiewet extra de pineut. Je baan ging verloren, je WW-periode vloog vruchteloos voorbij. Je solliciteert je een breuk, maar tegenwoordig ben je al gauw te oud, te jong, te ervaren, te onervaren, te etnisch of te vrouw. Daar sta je dan, met lege handen én zakken, aan de poorten van de sociale dienst. Maar niet getreurd: tegenwoordig bestaat er zoiets als een klantmanager en die gaat jou, de klant, helpen bij het vinden van werk. 

Sinds de invoering van de Participatiewet mogen gemeenten om een tegenprestatie vragen in ruil voor een bijstandsuitkering. Of nou ja, vragen, echt veel keus heb je niet. Wat het ook niet is, is een manier om sneller aan het werk te komen. Integendeel zelfs.

Op papier staat het allemaal zo hoopvol beschreven. Je gaat een groot deel van de week aan het werk, daarmee behoud je werkritme (of doe je het op), verklein je je afstand tot de arbeidsmarkt en tussendoor helpen ze je bij het vinden van een echte baan. Maar dat is op papier. De werkelijkheid is minder rooskleurig. Wie bij het re-integratiebureau denkt ‘Werk!’ komt bedrogen uit. Ja, je krijgt een halfjaarcontract. Men houd je voor dat je geen uitkering krijgt, maar een salaris, (“klinkt toch veel beter, meneer?”). Maar nee, het is geen echt salaris, het is nog altijd onder het minimumloon.

Dat salaris wordt betaald door het betreffende bureau dat je inschakelt. Uiteindelijk is het via loonkostensubsidie afkomstig uit een gemeentelijk potje, dat W-deel dus. De re-integratieconsulenten van het bureau worden geacht jou ondertussen naar nieuw werk te bemiddelen, terwijl jij ‘algemeen geaccepteerde arbeid’ verricht. Daar is op zich niet veel mis mee, maar theorie en praktijk liggen mijlenver uit elkaar. Het re-integratiebureau was er destijds namelijk helemaal niet bij gebaat jou aan het werk te helpen. Je bent namelijk een gratis arbeidskracht. Eén waar maandelijks fors aan wordt verdiend dankzij een bemiddelingspremie.

Laat ik het eens aan de hand van het fictieve re-integratiebureau T illustreren. Bureau T heeft een mooie order van een bekende cosmeticaproducent om de verpakking van de producten te verzorgen. Productiewerk. Daar heeft bureau T natuurlijk wel mankracht voor nodig. Die kun je gewoon aannemen, maar dat kost klauwen met geld. De gemeente bood uitkomst. Wegens sterk onderhandelen van bureau T (want beroepsverkopers) en slap onderhandelen van de gemeente (want ambtenaren) kwam daar een mooie deal uit.

Bureau T ontving een niet zo fictieve flinke som geld van het cosmeticabedrijf voor de werkzaamheden. Het personeel was afkomstig van de sociale dienst en hoefde niet betaald te worden, dat deed de gemeente immers. Onder het mom van “helpen met werk vinden” kon bureau T vanuit de gemeente bovendien ook nog rekenen op een forse bemiddelingspremie. Een bedrag dat dus bovenop de inkomsten vanuit de cosmeticaproducent kwam. Ka-tsjing.

Volg je het nog? Dan gaan we nog even wat dieper in op die constructie.

Bron: Joop.nl, 20 oktober 2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *