Willekeur overheden bemoeilijkt schuldhulpverlening

Screenshot from 2016-03-26 09:05:07De wetgeving voor schuldhulpverlening biedt zoveel ruimte dat gemeenten en rechters er allemaal verschillend mee omgaan. Dat werkt niet alleen rechtsongelijkheid in de hand, maar houdt ook een schadepost van miljarden euro’s in stand.

Op papier is schuldhulpverlening goed geregeld in de WSNP (Wet schuldsanering natuurlijke personen) en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Gemeenten zijn verplicht om schuldhulpverlening aan te bieden, maar mogen hiervoor zelf hun voorwaarden bepalen. Vanuit kostenoverwegingen verhogen sommige gemeenten de drempel voor deelname.

Dezelfde verschillen zijn zichtbaar bij rechtbanken. Rechters spelen een rol als crediteuren niet willen meewerken aan schuldsanering. Het is dan aan de rechtbank om hier eventueel een wettelijk traject van te maken, waaraan crediteuren verplicht moeten meewerken.

De diverse rechtbanken in het land gaan echter zeer verschillend om met aanvragen voor wettelijke schuldsanering. Zo sprak het arrondissement Den Haag nog geen vijftig toewijzingen voor schuldhulpverlening per honderdduizend uit in 2014. In Noord-Nederland was het aantal toegewezen trajecten drie keer zo groot in dat jaar, volgens cijfers van het CBS. Ook in Limburg en Noord-Holland tonen rechters zich relatief coulant. Rechtbanken in Oost-Brabant en Midden-Nederland zijn daarentegen weer een stuk terughoudender met het toewijzen van wettelijke schuldhulpverlening.

Waarom rechters zo verschillend oordelen bij schuldhulpverlening is niet bekend. Wel is duidelijk dat de huidige wetgeving veel ruimte laat voor interpretatie. Dat maakt dat schuldenaren ongelijke kansen krijgen om hun schuldaflossing te regelen, ook als ze in nagenoeg dezelfde omstandigheden verkeren.

Bron: Binnenlands Bestuur, 15 april 2016

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *