Mensen die in een verhoudingsgewijs te dure sociale huurwoning zitten, kunnen toch een huurverlaging verwachten van het kabinet. Vorig jaar was daar al op aangedrongen door belangenorganisaties, maar toen wilde het kabinet daar nog niet van weten. Nu zal het kabinet huurders die hun inkomen deels hebben zien wegvallen éénmalig tegemoet komen.

Zo’n 260.000 huurders gaan daardoor gemiddeld 40 euro huur per maand minder betalen. Het gaat om huurders van een sociale huurwoning van woningcorporaties waarbij de huur te hoog is in verhouding tot het inkomen. De huurverlaging geldt niet voor mensen die in de vrije sector huren.

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken: “Deze huurverlaging is echt gericht op die mensen die te hoge woonlasten hebben en daardoor kwetsbaar zijn voor betaalrisico’s en schulden. Die mensen wil ik hiermee meer financiële ruimte geven, zodat er aan het einde van de maand ook geld overblijft voor andere dingen.”

De maatregel kost zo’n 160 miljoen euro. De verhuurdersheffing die woningcorporaties moeten betalen wordt verlaagd, zodat zij de huurverlaging kunnen doorvoeren. Per saldo blijft de investeringscapaciteit van de sector volgens Ollongren op peil zodat corporaties kunnen blijven doen wat ze moeten doen, zoals het bouwen van nieuwe sociale huurwoningen en het verduurzamen van huizen.

 

Vrije sector

De Woonbond reageert positief op de huurverlaging voor mensen in de sociale woningbouw. De belangenorganisatie heeft wel kritiek op het onderscheid dat wordt gemaakt tussen huren in de sociale huursector en in de duurdere vrije sector. Die huurders komen niet in aanmerking voor huurverlaging, terwijl zij juist vaak in veel te dure huizen zitten. “Het zou goed zijn geweest als was besloten om de huurtoeslag ook te verruimen naar mensen in de vrije sector”, zegt Trip.

Hij wijst erop dat door het kabinetsbeleid de particuliere verhuur een opmars heeft gemaakt. Bovendien zijn veel huurders noodgedwongen aangewezen op de vrije sector omdat er te weinig sociale huurwoningen beschikbaar zijn.

 

Bron: NOS.nl, 15 september 2020