Door een nieuwe rekenmethode ontdekte het CBS dat met name de rijkste Nederlanders meer vermogen hebben dan uit eerdere berekeningen bleek. Dat komt vooral doordat het vermogen uit ‘aanmerkelijk belang’ 147 miljard euro hoger blijkt dan eerder gedacht. Een huishouden heeft een aanmerkelijk belang als het 5 procent of meer van de aandelen in een bedrijf bezit.

Ruim 95 procent van dit vermogen uit aanmerkelijk belang is in handen van de rijkste 10 procent van de bevolking. Op basis van de nieuwe berekeningen concludeert het CBS dat de ongelijkheid tussen rijke en arme Nederlanders groter is dan eerder gedacht.

Het statistiekbureau paste de rekenmethode aan nadat het nieuwe gegevens kreeg van onder meer de Belastingdienst. Daaruit blijkt dat 444.000 huishoudens in 2019 samen een vermogen uit aanmerkelijk belang hadden dat 368,4 miljard euro waard was.

 

Alle vermogens samen ook hoger

Ook het totale vermogen van Nederlandse huishoudens ligt fors hoger volgens de nieuwe berekening. Samen hadden de huishoudens in 2019 een vermogen van 1669 miljard euro. Met de oude rekenmethode zou dat 132 miljard minder zijn.

Bijna 60 procent van dit vermogen bestaat uit koophuizen. Het op een na grootste deel bestaat uit aanmerkelijk belang (15 procent). In oudere berekeningen werd ruim de helft van dit aanmerkelijk belang over het hoofd gezien.

 

840.000 huishoudens hebben een toeslagschuld

De ongelijkheid valt nog iets groter uit doordat ook een deel van de schulden in de oude rekenmethode werd onderschat. Het gaat om de categorie ‘overige schulden’. Daar vallen alle schulden behalve hypotheekschulden en studieschulden onder. “Deze overige schulden heb je vooral bij de armere groepen”, zegt Van Mulligen. De overige schulden vallen in 2019 5,9 miljard euro hoger uit door de nieuwe meting: ze komen uit op 113,8 miljard euro in plaats van 107,9 miljard.

Door nieuwe data van de Belastingdienst kan het CBS voor het eerst ook belastingschulden en toeslagschulden uitsplitsen als subcategorie van de overige schulden. Uit die data blijkt dat in 2019 ruim 650.000 huishoudens samen een belastingschuld van 3,5 miljard euro hadden. In de helft van de gevallen gaat het om een schuld van meer dan 800 euro.

Het aantal huishoudens met een toeslagschuld ligt nog hoger. 840.000 huishoudens moeten eerder ontvangen toeslagen (gedeeltelijk) terugbetalen aan de Belastingdienst. Het gaat hierbij om allerlei toeslagen samen zoals huurtoeslag, zorgtoeslag en kinderopvangtoeslag. De helft van deze huishoudens heeft een schuld van meer dan 600 euro. De totale toeslagenschuld is 1,2 miljard euro.

 

Bron: NOS, 21 april 2021