Werkzoekende jongeren in Utrecht kunnen direct een beroep doen op een uitkering. Hiermee wil de gemeente voorkomen dat kwetsbare jongeren in de schulden komen en uit beeld raken.

Jongeren moeten volgens de Participatiewet eerst vier weken zelfstandig zoeken naar een opleiding of werk voor ze werkbemiddeling en een uitkering kunnen krijgen. Die termijn wordt nu dus door de gemeente geschrapt. Ook mogen Utrechtse jongeren tot maximaal 221 euro van hun inkomsten uit vrijwilligers- of deeltijdwerk houden naast hun uitkering.

“Voor jongeren gelden nu andere regels vanuit het idee dat ze zelfredzaam zijn”, zegt de Utrechtse wethouder Linda Voortman. “Wij zien dat kwetsbare jongeren worden getroffen en we zien bij een aanmelding niet direct of iemand kwetsbaar is.”

Jongeren geven zich ook niet meteen bloot, zegt wethouder Voortman. Daarom moeten ze zo snel mogelijk geholpen worden. “Als ze zelfredzaam zijn helpen we ze meteen aan het werk, zijn er andere issues dan kijken we wat nodig is om ze te ondersteunen.”

Marjet van Houten, programmaleider bestaanszekerheid bij kennisinstituut Movisie, zegt in het NOS Radio 1 Journaal dat de regels voor jongeren verschillende schadelijke effecten tot gevolg kunnen hebben.

“Op het moment dat een jongere zo’n aanvraag doet, heeft hij een financieel probleem. Dat kan opgelost worden met een sterk netwerk, maar veel jongeren raken in de schulden als ze vier weken zonder inkomen zitten.”

Daarnaast raken jongeren buiten beeld, zegt Van Houten. “Ze komen voor het eerst met de overheid in aanraking en stellen een hulpvraag, maar krijgen een reactie van wantrouwen. Dat leidt bij een deel van de jongeren tot dak- en thuisloosheid.”

Van Houten denkt dat andere gemeenten er goed aan doen het voorbeeld van Utrecht te volgen. “Het is belangrijk dat jongeren een goed toekomstplan kunnen uitstippelen. Het is mogelijk om maatwerk te leveren voor kwetsbare jongeren, maar je weet nooit wie kwetsbaar is en als je lang geen geld of ondersteuning krijgt kun je zomaar kwetsbaar worden.”

 

Lees het hele artikel op NOS.nl