Het kabinet wil nog dit jaar de laagste inkomens tegemoetkomen om hun koopkracht te verbeteren. Dat heeft minister Van Gennip van Sociale Zaken gezegd in reactie op de cijfers die het CPB vanmorgen presenteerde over de koopkracht. Daaruit blijkt dat vooral de lage inkomens er fors op achteruitgaan, mede door de oorlog in Oekraïne en de hoge energieprijzen die daar het gevolg van zijn.

“Het is heel uitzonderlijk dat we in een lopend jaar nog iets aan de koopkracht doen”, zei Van Gennip. “Maar het is ook een uitzonderlijke tijd. De wereld is sinds een kleine twee weken behoorlijk veranderd.” Ze noemde de vanmorgen gepresenteerde cijfers “pittig”.

Over hoe de laagste inkomens te hulp geschoten worden deed de minister nog geen uitspraak. “Er zijn geen taboes”, herhaalde ze de woorden van premier Rutte van gisteren. Er komt “op zeer korte termijn” een brief naar de Tweede Kamer met een strategie. “We zijn er heel hard mee bezig. Nu we deze cijfers van het CPB hebben, kunnen we ook snelheid maken.”

 

‘Vechten voor vrijheid kost ook wat’

Waarschijnlijk pas volgend jaar kan het kabinet iets doen om de koopkracht van andere groepen te ondersteunen, zoals ouderen. “Door de oorlog is alles heel onzeker. Daarom werken we verschillende scenario’s uit om te kijken hoe we bij kunnen sturen.” Van Gennip denkt dat veel Nederlanders wel zullen begrijpen “dat vechten voor onze vrijheid ook wat kost”.

“We kunnen het niet vandaag oplossen”, zei Van Gennip. Ze roept mensen die acuut in de problemen komen op zich te melden bij de gemeenten. Die kunnen vaak nog iets doen, bijvoorbeeld via de bijzondere bijstand. Dat is een potje, speciaal bedoeld voor mensen met een kleine portemonnee.